Home
Nieuws
Collectieprojecten
Collectie Hulpverlening
Kennis & Educatie
Gebouw & Klimaat
Onderhoud & Contracten
Archieven
Depotontwikkeling
Over Helicon
MijnHelicon
klik hier om naar
MijnHelicon te gaan
Log in >
OVER HELICON CONSERVATION SUPPORT
DE 10 COLLECTIE RISICO'S OVER HELICON
Het begrip 'de 10 schadefactoren' is enkele decennia geleden geintroduceerd door R. Waller en S. Michalski. Deze factoren maken het communiceren over risico eenvoudiger. Wanneer een museaal object veilig bewaard of tentoongesteld moet worden, is het van belang iets te weten over de risico's die het betreffende object loopt. Deze risico's variëren van aard en intensiteit per locatie, soort collectie en gepland gebruik. Uiteraard hangt de uiteindelijke grootte van het risico ook af van de gevoeligheid van het object voor het betreffende risico.

1. FYSIEKE KRACHTEN
Fysieke krachten zijn krachten die direct op het object aangrijpen. Denk hierbij aan schokken, trillingen of bewegingen doordat een object in een luchtstroom staat. De zwaartekracht zal altijd aan een object trekken; bovendien oefenen we zelf druk uit als we een object hanteren.

2. DIEFSTAL & VANDALISME
Vandalen willen opzettelijk schade toebrengen aan een object. Dieven en verplaatsers zullen niet opzettelijk schade toebrengen, maar ze zorgen ervoor dat een object niet meer vindbaar is. Een dief omdat hij het object met zich meeneemt; een andere verplaatser omdat hij de koppeling tussen de werkelijke standplaats en de geregistreerde plaats verbreekt.

3. BIOLOGISCHE AANTASTING
Onder biologische aantasting worden alle activiteiten van biologische oorsprong geschaard die een collectie kunnen aantasten, zoals schimmels, bacteriën, insecten of bepaalde (knaag)dieren). Deze kunnen de materialen van de collectie consumeren of ze kunnen schade toebrengen met hun afvalproducten.

4. BRAND
Brand is zeer schadelijk voor collecties. Hoge temperaturen zorgen voor smelten en andere permanente vervormingen. Bovendien kunnen stoffen uit een materiaal vrijkomen, waardoor het verval wordt versneld. Het verbrande product zal leiden tot vervuiling. Bij een brand zal vaak ook kans zijn op waterschade, doordat geblust gaat worden door de brandweer of doordat sprinklers geactiveerd worden.

5. WATER
Water kan zeer schadelijk zijn voor collecties. Hygroscopisch materiaal kan water snel opzuigen, waarbij de vezels verzadigd raken en daardoor zwelling zullen vertonen. Materiaal wordt zachter en zwakker. Nat materiaal kan gaan schimmelen, lijmlagen kunnen oplossen, pigmenten en vuil worden verplaatst en vervormingen kunnen leiden tot breuk of klemmen.

6. LICHT & STRALING
Licht kan schade aanrichten aan museale objecten. Ultraviolet licht kan tot verkleuring van pigmenten op objecten leiden en ook tot het vergelen van papier. Het infrarode licht leidt tot (vaak lokale) opwarming en daarmee tot mogelijke spanningen in het object. Van belang bij blootstelling aan straling en licht is de totale dosis die op het object valt. Korte blootstelling aan veel licht kan daarmee net zo schadelijk zijn als langdurige blootstelling aan weinig licht.

7. VERONTREINIGING
Een object kan worden aangetast door allerlei soorten verontreiniging. Denk hierbij aan huisstof, bouwstof, uitlaatgassen, roetdeeltjes (fijnstof), pollen, metaaldeeltjes, rubberdeeltjes of schadelijke gassen.

8. DISSOCIATIE
Dissociatie is het risico dat informatie over een object verloren gaat. Ook is het mogelijk dat een object de link met de achterliggende informatie verliest. Hierdoor kan een object zijn context verliezen en worden de beleving en de gevoelswaarde aangetast.

9. VERKEERDE TEMPERATUUR
Met een verkeerde temperatuur wordt een te lage, een te hoge of een teveel fluctuerende temperatuur bedoeld. Een te lage temperatuur zorgt ervoor dat een materiaal brosser wordt, waardoor een schok of een trilling sneller tot schade kan leiden. Een te hoge temperatuur kan eveneens voor veranderingen in materialen leiden en zorgt voor een toename in de chemische reactiesnelheid. Een fluctuerende temperatuur zorgt voor het uitzetten en inkrimpen van materialen.

10. VERKEERDE RELATIEVE LUCHTVOCHTIGHEID
Een verkeerde relatieve vochtigheid (RV) kan 3 dingen betekenen: een te hoge, een te lage of een teveel fluctuerende RV. Alle biologische activiteiten gaan sneller bij een hogere luchtvochtigheid. Wanneer de RV te laag is, bijvoorbeeld onder 25 %, dan kunnen hygroscopische materialen sterk uitdrogen. Als de fluctuaties in de RV te hoog zijn, dan zullen hygroscopische materialen gaan uitzetten en krimpen.

Contactgegevens
Medewerkers
Agenda
Producten
Klanten
Referentieprojecten
Nieuwsbrieven
Vacatures
Collectierisico's